Ontwaken tot Verbondenheid, een diepe verandering voor onszelf, onze leefwereld en alle leven

Onze problemen stemmen uit de diepste kern van onszelf: over welke welke diepgewortelde opvattingen we hebben over onszelf en de wereld. Welke opvattingen zijn dit en wat veranderd er voor ons en de wereld wanneer we deze positief transformeren? In dit artikel gaan we op ontdekkingstocht naar antwoorden op deze vragen.

Deel dit artikel

Ontwaken tot Verbondenheid, een diepe verandering voor onszelf, onze leefwereld en alle leven

'Onderling Verbonden Afhankelijke Individualiteit'

Vanmorgen had ik tussen het posten op een paar sociale media-kanalen door een klein gesprekje met een vriend in chat. We hadden het min of meer over onze onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid van alle dingen, totdat hij plotseling de term 'inter-individualiteit' bedacht. Omdat we duidelijk allemaal met elkaar verbonden zijn, maar tegelijkertijd ook individuen, vond ik de term heel treffend, maar toch kon ik me niet van het gevoel ontdoen dat er nog iets ontbrak. Een paar minuten nadat ik had nagedacht over wat er zou kunnen ontbreken kwam ik erachter, het was afhankelijkheid. Want hoewel we allemaal individuen zijn die met elkaar verbonden zijn, zijn we ook afhankelijk van elkaar. En zo ontstond de term 'onderling verbonden afhankelijke individualiteit'. Voor het doel van dit artikel zal ik er wel naar verwijzen met de term inter-zijn, omdat dat veel handiger is.

Bezwaren

Misschien voelen sommigen van jullie je nu geroepen om me te vragen waar de feiten zijn die de term inter-zijn bevestigen, misschien willen sommigen van jullie bewijs van inter-zijn, of misschien vragen sommigen van jullie zich af wat het belang en de praktische bruikbaarheid van deze term voor ons leven inhoudt. Maar ik beloof, dat we daar later op in zullen gaan. Eerst wil ik onderzoeken hoe we onszelf al zo lang definiëren en zien, en welke implicaties dat heeft gehad voor ons en de aarde.

Welke afgescheidenheid, hoe afgescheidenheid?

Misschien heb ook jij geleerd om jezelf te zien en te zien als een individu, als een individu los van de rest van het bestaan, los van de bomen, los van de zon, de sterren, van eigenlijk alles in het universum. Door deze kijk op onszelf in relatie tot de wereld, tot het universum te hebben geleerd, hebben we een concept van onszelf opgebouwd als een afzonderlijke entiteit. Analyse toont aan dat de opvatting van afgescheidenheid afhangt van twee belangrijke sleutelfactoren, namelijk de cognitieve en de waarnemingsvermogens. Cognitieve vermogens genereren het vermogen om over onszelf en de wereld te denken, terwijl de waarneming het vermogen genereert om onszelf en de wereld waar te nemen in al hun vormen en eigenschappen. Wanneer deze vermogens beide in enige mate aanwezig zijn, genereren zij het vermogen om over zichzelf en de wereld te denken. Verder zullen, afhankelijk van hoe deze vermogens zich hebben ontwikkeld, bepaalde concepten van het zelf en de wereld in verschillende mate aanwezig zijn, terwijl andere dat niet zijn. Eén concept dat echter altijd in zekere mate aanwezig is in bijna alle leden van het dierenrijk, is een basisgevoel van afgescheidenheid. Een basisgevoel dat er een 'ik' is, gescheiden van de 'rest'. Natuurlijk is dit gevoel van afgescheidenheid bij sommige wezens meer aanwezig dan bij andere, veel hangt af van het cognitieve vermogen en het waarnemingsvermogen van het wezen in kwestie, maar ook van andere factoren zoals de omgeving enzovoort. Nu vraag je je misschien af: "Hoe kunnen we aannemen dat bijna alle leden van het dierenrijk een fundamenteel gevoel van afgescheidenheid ervaren? Hier is mijn antwoord: Ik denk dat we dit kunnen aannemen, want zonder een basisgevoel van afgescheidenheid? Hoe zou een wezen anders door de wereld navigeren, toch? Bovendien beschikt het merendeel van de wezens in het dierenrijk ook over de cognitieve en waarnemingsvermogens om dit te kunnen doen. Dus zonder al te diep op de zaken in te gaan (want dit is op zichzelf al enkele artikelen waard) denk ik dat het heel redelijk is om aan te nemen dat de meerderheid van de wezens in het dierenrijk een basisgevoel van afgescheidenheid ervaart. De zeldzame uitzonderingen die misschien geen afgescheidenheid ervaren, of op zijn minst een ongelooflijk kleine mate van afgescheidenheid, zijn misschien levensvormen zoals bacteriën, die gekenmerkt worden door hun relatieve vloeibaarheid en relatieve insubstantialiteit, en die zichzelf daarom misschien meer ervaren als een niet gelokaliseerd zelf met minder afgebakende grenzen tussen zelf en omgeving.

Afgescheidenheid als een absoluut gegeven is niet legitiem

Omdat afgescheidenheid een fundamenteel kenmerk van het leven lijkt te zijn, zouden we kunnen denken dat het niet noodzakelijk helemaal verkeerd is om onszelf als een afzonderlijke entiteit te zien, we zouden kunnen gaan denken dat het legitiem is om onszelf op die manier te zien. Wat echter het geval is in tegenstelling tot wat ons kan worden gesuggereerd, is dat het echter niet legitiem is om alleen over onszelf te denken als een afzonderlijke entiteit. "Waarom?" hoor ik u vragen. Wel, laat me het uitleggen. Deze opvatting houdt bijvoorbeeld geen rekening met onze zeer intieme relatie met de oceanen die ons voorzien van regen die het land voedt, waaruit planten kunnen groeien en dieren kunnen grazen, die ons zowel in stand houden en leven schenken. Zij omvat bijvoorbeeld niet onze zeer intieme relatie met bestuivers, die een cruciale rol spelen bij de voortplanting van planten, die een cruciale rol spelen bij het verzekeren van de harmonie van het gehele ecosysteem, waarvan wij voor ons leven afhankelijk zijn. Om onze onafscheidelijkheid met een nog duidelijker voorbeeld te illustreren: zonder zuurstof, die door de bomen wordt geproduceerd, zijn wij niets. Onszelf definiëren als individuen in de traditionele zin van het woord heeft een zeer beperkte reikwijdte, door onszelf alleen als zodanig te definiëren, ontkennen we tegelijkertijd de intieme relatie die we met alle dingen hebben, we ontkennen daarmee onze onderlinge afhankelijkheid en onderlinge verbondenheid met alle dingen. Door afgescheidenheid tot een absoluut gegeven te maken - wat betekent dat we de opvatting en waarneming van afgescheidenheid tot dé realiteit maken - isoleren we onszelf van de rest van het bestaan, en in dit illusoire isolement vergeten we dat we afhankelijk zijn van en verbonden zijn met alle dingen.

Een lange tijd in afgescheidenheid

Op dit moment leeft de overgrote meerderheid van ons al zo'n lange tijd in dit soort isolement. Ik kan mijn vinger niet op een exact aantal jaren leggen, maar misschien leeft het overgrote deel van het mensdom al verscheidene millennia in dit isolement. Er zijn altijd uitzonderingen geweest, individuen of groepen die niet in dit soort isolement leefden, zelfs vandaag de dag zijn er nog een paar groepen, maar ze zijn steeds zeldzamer geworden. Ik geloof dat er een tijd was dat we niet in dit isolement leefden, in afgescheidenheid, toen de meerderheid van ons zich bewust was van hun intieme relatie met alle dingen. Maar geleidelijk aan heeft de illusie van isolement, de illusie van afgescheidenheid, zich als een lopend vuurtje, als een pandemie over de aarde verspreid. 

Mensen die leven met een mindere mate van afgescheidenheid

Er zijn echter zeldzame groepen en individuen die hun intieme relatie met alle dingen nog wel ervaren, deze groepen en individuen leven vaak ironisch genoeg tamelijk 'geïsoleerd' van de moderne samenleving, en worden vaak tamelijk arrogant "primitieven" genoemd.  Van de Dogons in Mali en Burkina Faso, tot de Aboriginals in Australië, tot de Chipewyan Indianen in Canada, de meeste van deze mensen ervaren nog steeds de intieme relatie met alle dingen, en dit heeft een paar zeer intrigerende implicaties. Deze mensen schijnen in staat te zijn in grote harmonie met het land te leven, zij leven in een veel respectvollere relatie met het land, zij hebben bijvoorbeeld de neiging evenveel te geven als te nemen, zij begrijpen bijvoorbeeld het belang van een rijke biodiversiteit en complexiteit in het ecosysteem, en respecteren en koesteren dit ook. Deze mensen hebben niet de neiging om blindelings hun wil op te leggen aan de natuur, maar hebben de neiging om eerst te luisteren en te proberen te begrijpen, en als ze het eenmaal begrijpen, handelen ze met kennis van zaken en zijn ze in staat om heel onschuldig te zijn in hun daden. In vergelijking met de meerderheid van onze beschaving lijken deze mensen in een heel andere dimensie te leven, een dimensie die in veel positieve opzichten anders is, maar die, naar ik meen, voortkomt uit een fundamenteel verschil in de manier waarop wij onszelf en de wereld zien. 

De onwetendheid van afgescheidenheid

Maar hier zijn we dan, de meesten van ons leven in de illusie van afgescheidenheid. De meesten van ons zijn vergeten dat ons leven als individu ten diepste wordt gekenmerkt door onderlinge verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid. De meesten van ons lijken te zijn vergeten dat ons leven afhankelijk is van en verbonden is met zovele dingen. Een van de redenen voor onze vergeetachtigheid is, denk ik, dat door onze manier van leven, afgescheidenheid zo vanzelfsprekend lijkt, we worden voortdurend bevestigd door onze manier van leven, dat de dingen gewoon zo zijn. Wanneer we bijvoorbeeld naar de supermarkt gaan, liggen de producten voor ons klaar, we kopen ze en consumeren ze, maar dat is slechts zover als onze verbinding met hen gaat. Voor ons zijn het slechts producten, ze liggen daar voor onze consumptie, we pakken ze, eten ze op en dat is het, daar eindigt het verhaal en de verbinding. We lijken de complexe samenwerking te zijn vergeten van verschillende krachten die hen hebben gekweekt, in stand hebben gehouden, tot producten hebben gemaakt en in onze handen hebben gebracht. Wij schijnen vergeten te zijn wat een fragiel en complex proces dit is, wat een wonder het is dat wij dankzij deze vele invloeden kunnen leven. Natuurlijk is het niet realistisch om ons telkens wanneer we een product consumeren onze onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid met alle dingen te herinneren, maar uit eigen ervaring en door de wereld om me heen te observeren, heb ik wel ingezien dat verder leven in de illusie van afgescheidenheid geen optie is, omdat het niet meer duurzaam is, niet duurzaam voor de aarde, en dus ook niet voor ons en alle aardbewoners. 

De implicaties van afgescheidenheid

Dus wat is het probleem van leven in de illusie van afgescheidenheid? Welke problemen genereert dit voor onszelf en de wereld? Dit zijn belangrijke vragen om onszelf te stellen, en om ze te beantwoorden wil ik nader onderzoeken hoe we de wereld ervaren en zien als we door de bril van afgescheidenheid kijken, en wat de gevolgen daarvan zijn. Zoals ik al iets eerder in dit artikel heb besproken: wanneer we leven volgens de logica van afgescheidenheid, vergeten we onze intieme verbondenheid met alle dingen. Door onze intieme band met alle dingen te vergeten, worden alle dingen - met uitzondering van een paar uitzonderingen waarmee we op de een of andere manier nauw verbonden zijn, dat kunnen familieleden zijn, huisdieren, vrienden, mensen naar wie we opkijken, collega's, planten, enzovoort - afstandelijk, vreemd, vaag, verliezen we het contact met hen. Dit is een bijvoorbeeld uitmuntend klimaat voor het ontstaan van onverschilligheid en apathie. Wanneer onze relatie tot het milieu steeds verder weg raakt, wanneer we er steeds meer contact mee verliezen, groeit ook deze onverschilligheid en apathie, en beginnen we het milieu vanuit dit perspectief natuurlijkwijze steeds meer te zien als een hulpbron, als een middel om een doel te bereiken, als koopwaar, als een nutsvoorziening. Weg is dan de 'heiligheid' ervan. Geleidelijk aan, naarmate we meer tijd doorbrengen in afzondering en apathie, worden we als het ware dictators van de natuur, van het milieu, en onderdrukken en exploiteren we het onder onze totalitaire heerschappij. Zeeën, bossen, woestijnen, savannes, arctische gebieden, en de laatste jaren ook de ruimte, worden door ons tot handelswaar gemaakt, we maken er markten van. Ze worden louter objecten onder onze heerschappij, en kunnen vroeg of laat hun functies binnen het ecosysteem niet meer vervullen, geleidelijk wordt het ecosysteem bedreigd, en als we dit proces doorzetten, worden we vroeg of laat zelf ook bedreigd. 

Destructieve onschuld

Ik geloof echter dat het niet met een zuivere boosaardigheid is dat wij regeren, ik geloof dat er minstens evenveel onschuld als boosaardigheid in ons heerserschap zit. Het is echter een destructieve onschuld, een onschuld die veroorzaakt wordt door de illusie van afgescheidenheid. We zijn hier allemaal verantwoordelijk voor, en hoewel sommige individuen of groepen een groter aandeel in deze destructiviteit lijken te hebben, laten we niet beginnen met beschuldigen, laten we niet het spel spelen van schuld door te schuiven.

Verdere implicaties van afgescheidenheid

Hoe het milieu lijdt onder ons bewind is ernstig geweest en is nog steeds ernstig. Er zijn helaas ontelbare voorbeelden waarin wij het milieu uitbuiten tot ver buiten het bereik van wat duurzaam is, waarin wij verwoesting en lijden aanrichten tot ver buiten wat het milieu aankan. Ik kan u enkele voorbeelden geven, maar ik wil u niet verder deprimeren. Waarschijnlijk ben je op de hoogte en kun je zelf ook wel wat voorbeelden bedenken. Mijn punt is dat het milieu alom lijdt onder onze heerschappij, en vanwege de omvang van het probleem is het moeilijk om het te negeren, het lijden ervan sijpelt onvermijdelijk ons leven binnen en grijpt onze aandacht, het is alsof dit het milieu is dat schreeuwt om hulp.

Ontwaken uit afgescheidenheid en hereniging met het universum

We kunnen dus vaak de omgeving haar pijn horen uitschreeuwen, kunnen haar schreeuwen om hulp horen. Soms gaat haar schreeuw snel voorbij, en hebben we haar nog maar nauwelijks opgemerkt. Maar soms merken we haar schreeuw zo diep op, dat er een zeker begrip ontstaat. Zo'n begrip dat vaak naar voren komt is dat zij (de natuur) het substraat is waar ons leven van afhangt, en dat haar welzijn ons welzijn is, en haar vernietiging onze vernietiging is. Met andere woorden, we begrijpen onze afhankelijkheid van haar, onze verbondenheid met haar, en vaak genereert zo'n kleine glimp een verlangen om voor haar te zorgen, om te geven, om haar met liefde te verzorgen. Op het moment dat een dergelijk begrip ontstaat, zijn dingen die ooit zinvol waren onder de logica van afgescheidenheid, niet meer zinvol. De prikkels voor uitbuiting, commodificatie en dergelijke raken achterhaald, ze zien er niet meer aantrekkelijk uit en verliezen hun aantrekkingskracht. Uit dit inzicht ontstaat een heel andere kijk op zelf en wereld. Om deze zienswijze te illustreren verwijs ik graag naar hoe bepaalde denkers het formuleerden: "We komen in een groter zelfbesef en beseffen dat de oceanen, de bossen en de dieren ook delen van ons zijn, ze worden net als onze ledematen en organen, ze worden een deel van ons wezen."[2] Persoonlijk zie ik dit graag als een hereniging met de natuur, een hereniging met het universum, want ooit raakten we van elkaar gescheiden, maar nu herenigen we ons weer. 

Stel je een wereld voor waarin...

Kunt u zich misschien een moment een wereld voorstellen waarin we deze kijk op onszelf en de wereld als standaard omarmen? Wat voor een effect zou het hebben als we het inzicht omarmen dat we verbonden zijn met en afhankelijk zijn van, een ad infinitum dingen? Een rode draad die ik hier graag volg is dat deze verschuiving in inzicht leidt tot denken in termen van 'wij', we beginnen het universum op te nemen als ons eigen ik. Dit is een uitbreiding van 'ik'. Betekent dat dat we onze individualiteit verliezen? Betekent dat dat je niet meer jezelf bent? Nee, als bewustzijn ervaren we nog steeds door dit specifieke lichaam, door dit specifieke stel ogen, hebben we nog steeds onze eigen persoonlijke kenmerken, dit lichaam-geest blijft de locus, individualiteit blijft een kerneigenschap. Misschien dat we ons verderop op het evolutionaire pad zullen ontdoen van ons lichaam enzovoort, maar voor de komende paar millennia of zo neem ik aan dat we nog steeds zullen leven als biologische wezens met unieke individuele kenmerken. Maar omdat we meer als een 'wij' gaan redeneren, gaan we veel minder egoïstisch leven, meer in dienst van het leven. En dat vat het samen: het woord 'dienstbaarheid'. Zodra afgescheidenheid in voldoende mate plaats heeft gemaakt voor inter-zijn, beginnen we ons meer in de schoot van de natuur te voelen, voelen we ons meer thuis in en in contact met de wereld. Natuurlijk willen we dan teruggeven aan het leven en beginnen we te zoeken naar manieren om dat te doen. Dit is de reden waarom veel mensen die zich min of meer bewust zijn geworden hiervan, alternatieve loopbanen gaan nastreven die meer in dienst staan van het leven.

Een typische verandering in redeneren

Een zeer concreet voorbeeld van een typische verandering die kan optreden is dat wij meer in termen van gehele systemen gaan denken. Een voorbeeld van de toepassing van het denken in hele systemen zou kunnen zijn dat we, voordat we de beslissing nemen om een nieuw bedrijf te beginnen, eerst nagaan hoe het bedrijf het grotere geheel zal beïnvloeden. We beginnen onszelf vragen te stellen als "Als ik dit nieuwe bedrijf start, hoeveel afval zal ik dan produceren?" "En hoe is dat slecht voor het milieu?" "Zijn er manieren om mijn afval te verminderen?" "Of om mijn afval om te zetten in een hulpbron? Een ander mooi voorbeeld van het denken in gehele systemen zou kunnen zijn dat wanneer we een plan maken om een tuin te beginnen, we onze tuin zo ontwerpen dat de verschillende elementen die het ecosysteem vormen niet bedreigd worden, maar juist ondersteund worden binnen de functies die ze vervullen, zodat er een synergie binnen het ecosysteem ontstaat en het hele ecosysteem ervan profiteert.

Het inter-zijn dat zich via ons uitdrukt

Het begrijpen van Inter-zijn is zonder twijfel de katalysator voor het ontstaan van een heel andere manier van denken, beslissen en leven. Interessant genoeg zijn deze nieuwe manieren van denken en doen spontaan ontstaand en zelforganiserend, ze hoeven niet geforceerd te worden, ze zijn de manier waarop de realisatie van inter-zijn zich door ons heen uitdrukt. Zij zijn de natuurlijke gevolgen van de ontbinding, of mindere aanwezigheid van afgescheidenheid. Net zoals een computer anders werkt op verschillende software, zo werken wij anders wanneer we van afgescheidenheid overgaan naar inter-zijn.  

Wereldgodsdiensten in overeenstemming

Afgescheidenheid lijkt de hoofdoorzaak te zijn voor de vele vormen van lijden in de wereld van vandaag, zo niet alle. Ook de grote religieuze tradities zijn het hierover eens. Om dit te illustreren citeer ik graag een uitstekende analyse van Charles Eisenstein in zijn boek 'The Ascent of Humanity'.

"In een joods-christelijk-islamitische context is gezegd dat afscheiding van God, de zondeval, de bron is van alle lijden, het boeddhisme noemt gehechtheid als de oorzaak van alle lijden, maar zorgvuldig onderzoek onthult dat zijn leer bijna identiek is aan die van de esoterische westerse religie. Gehechtheid aan het vergankelijke, illusoire ego-zelf en alles wat dat versterkt, houdt een afscheiding in stand van de rest van het Universum, waarvan we in feite niet gescheiden zijn. Gehechtheid is afscheiding. Wat de afscheiding van God betreft, wat is God anders dan dat wat ons afgescheiden zelf overstijgt en alle zijn doordringt? Over de oorsprong van het lijden zijn de oosterse en de (esoterische) westerse religie het fundamenteel eens."

Het medicijn van het inter-zijn

Aangezien afgescheidenheid de hoofdoorzaak is van veel van ons lijden, van de problemen die vandaag de dag in onze wereld bestaan, is diep genoeg ondergedompeld zijn in inter-zijn het medicijn voor dat lijden en voor die problemen, omdat een diep genoeg ondergedompeld zijn in inter-zijn de afgescheidenheid oplost. Wanneer we het medicijn van inter-zijn zouden nemen, zouden we voor één keer niet de symptomen behandelen maar de onderliggende oorzaak, voor één keer zouden we genezers zijn, voor één keer zouden we gezond weefsel zijn, en geen kanker voor de omgeving, en dus ook voor onszelf. 

Er is hoop

Zoals ik al eerder zei, hebben we verscheidene millennia in de illusie van afgescheidenheid geleefd, nu kan het lijken alsof we evenzoveel jaren nodig zullen hebben om terug te keren naar inter-zijn. Maar er is hoop, want de terugkeer naar inter-zijn hoeft niet zo lang te duren. Rekening houdend met hoe lang we in afgescheidenheid hebben geleefd, en wat we moesten doen om die illusie in stand te houden, kost het realiseren van de aard van inter-zijn bijna niets. Soms is alles wat nodig is om de illusie te doorbreken een paar herhaalde reflecties over onze onderlinge afhankelijkheid en onderlinge verbondenheid, en een paar sterke erkenningen van hoe dat in ons leven uitwerkt. Maar er zijn ook andere middelen die nuttig zijn om deze illusie te doorbreken. Ik las bijvoorbeeld eens een verbazingwekkend boek geschreven door "Thich Nhat Hanh, met de titel: Old Path, White Clouds: Walking in the Footsteps of The Buddha". Thich Nhat Hanh beschrijft in dat boek heel welsprekend onze onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid met Het Al, zoals alleen hij dat kan. Verder moet ik ook denken aan psychedelica, en dan in het bijzonder aan Ayahuasca en Psylocibine Mushrooms. Deze Heilige planten - die ik graag medicijnen noem - staan erom bekend dat ze de illusie van afgescheidenheid zeer effectief doorbreken, ik spreek uit ervaring. 

Besluit

Of we nu nadenken over inter-zijn, of we blijven herkennen hoe het in ons eigen leven speelt, of we het zaadje van inter-zijn voeden door boeken te lezen of door een psychedelisch avontuur, het zijn allemaal manieren waarop we weer in contact kunnen komen met iets wat ons eigen is. Inter-zijn is wat er gebeurt, het is zelf-bestaand, en hoeft niet gecreëerd te worden, het hoeft alleen maar diep genoeg herkend te worden.

------

Bedankt voor het lezen,

Sven