De Wetenschap in de Handen van een Kind, een reflectie op de valkuil van onschuld

Tijdens mijn vorige twee reflecties kaartte ik telkens een probleem aan uit onze huidige tijd. In deze reflectie wil ik opnieuw een probleem aankaarten, en ook even stilstaan bij mogelijke manieren om met dit probleem om te gaan. 

Deel dit artikel

De Wetenschap in de Handen van een Kind, een reflectie op de valkuil van onschuld

Het probleem waar ik het vandaag over wil hebben is dat we te wetenschappelijk zijn geworden, en we ook te onschuldig zijn. 

Hoezo? Te wetenschappelijk? Hoezo te onschuldig? Ja wat ik zit ik vandaag weer te ratelen eh. Wel, laten we allereerst de wetenschappelijke methode even erbij nemen, daar kan veel over worden gezegd. Ik wil vandaag echter focussen op een bepaalde insteek dat de wetenschappelijke methode heeft. Wanneer we de wetenschappelijke methode in beschouwing nemen kunnen we zien dat we telkens in relatie gaan met 'een instrument', dit instrument kan een persoon zijn, voorwerp zijn, of bijvoorbeeld eerder een abstract gegeven zijn zoals een getal. Wat we doen in relatie met dit instrument hangt af van het doel van ons wetenschappelijk experiment. Soms gaan we over tot observatie van het instrument, soms ook tot manipulatie, en soms is het een combinatie van beiden. 

Wat we wel telkens terugzien in de toepassing van de wetenschappelijke methode, is dat we als initiator van het experiment telkens een bepaalde controle uitoefenen op de realiteit. Het kernwoord hier is controle. Door deze controle uit te oefenen komen we meer te weten over de realiteit, en/of kunnen we het makkelijker naar onze hand zetten waardoor de wereld om ons heen veranderd, dit noemen we dan soms vooruitgang.

Het probleem is volgens mij niet zozeer hoofdzakelijk de wetenschappelijke methode, want in essentie is deze nuttig, aangezien ze ons helpt in waarheidsvinding en het kunnen maken van waardevolle evoluties ter dienste van de mens. Het probleem ligt volgens mij eerder in verscheidene opvattingen en houdingen waaruit we deze toepassen. Sommigen van deze spreken ook voor zich, over deze ga ik geen extra duiding geven in dit artikel, neem gerust de zeven hoofdzonden erbij en u krijgt al vlug een idee. Een houding dat ik in dit artikel echter wel met meer diepgang onder de loep wens te nemen in verhouding met wetenschap is een houding dat vaak over het hoofd wordt gezien, ze is een van de meest voorkomende valkuilen in het mensdom en gaat vaak onopgemerkt aan onze aandacht voorbij. De houding waarover ik het heb is onschuld

Laten we het even hebben over onschuld. Onschuld vind ik een intrigerende houding, dit omdat onschuld in se zuiver en puur is van natuur, ze is vrij van 'kwaad'. Maar tegelijkertijd - en dit is de paradox waardoor ik ze zo intrigerend vindt - bezit ze 'de kracht' verwoesting en lijden te ontketenen tot in het ongekende. In het verleden is het vele malen voorgekomen dat gruwelijkheden werden berokkend door mensen dat in se handelden uit onschuld, men dacht bijvoorbeeld het goede te doen, men volgde bevelen op, et cetera. 

Onschuld hoeft voor alle duidelijkheid niet louter gezien te worden als een slechte houding, maar het kan zich net zoals alle houdingen wel nefast uitdrukken, en met nefast bedoel ik dat ze (veel) lijden kan veroorzaken. Dat onschuld zich nefast kan uitdrukken is omdat het zoals alle houdingen ook enkele schaduw eigenschappen heeft, deze kunnen we in het licht van dit artikel visualiseren als onschuld's ledematen. Zo'n eigenschap van onschuld is dat het bijvoorbeeld geen voorkennis heeft of 'dat het van niet beter weet', op deze manier kan vanuit onschuld spontaan destructie of vernietiging worden gezaaid. Ook heeft onschuld regelmatig geen moreel kompas of voeling met ethiek, ook normen en waarden kent onschuld soms niet. 

Zoals je ziet schrijf ik dat het geen voorkennis heeft, het weet van niet beter, en normen en waarden kent het soms niet. Als je alert bent dan kan je één factor voortdurend terug zien komen in bovenstaande eigenschappen, dat zijnde de factor van onwetendheid, deze kan in het licht van dit artikel een beetje worden gezien als het kloppend hart van onschuld. Maar terug naar onwetendheid, deze gaat vaak gepaard met onschuld, als onschuld aanwezig is, is onwetendheid nooit veraf. Vanaf dat een persoon bijvoorbeeld weet heeft van iets, bijvoorbeeld dat pestgedrag niet door de beugel kan, dan is die persoon niet meer onwetend en aldus ook niet meer in onschuld.

Maar goed, nu we even beknopt wetenschap en onschuld hebben verkend is het tijd om onschuld en wetenschap met elkaar te verbinden waardoor een bepaalde synthese zal ontstaan.

Wat betreft wetenschap is er dus de insteek van de drang naar controle over de realiteit, stel nu dat je als mens onwetend bent over deze drang of niet alert bent over deze. Met andere woorden ga je als een onschuldig kind met de wetenschappelijke methode te werk. Dan dreig je kennis te maken met een veel voorkomende valkuil van de wetenschappelijke methode, en dat is deze toepassen tot in het extreme. 

Wat er dreigt te gebeuren wanneer wetenschap wordt toepast tot het extreme lijkt op het volgende: 

Alles binnen het bestaan dreigt geconverteerd te worden tot het domein van het wetenschappelijke. Op deze manier krijgt alles in het bestaan een nummer, een etiket, een waarde. Er ontstaat een sterke impuls alles te registreren, alles te berekenen, of oké nog een voorbeeldje: alles te moeten reguleren. Er ontstaat een gigantische rationalisering en ordehandhaving van alles in de wereld, het ontdoet de ziel van de wereld. De ziel zijnde het spontane, het intuïtieve, het gevoel, het hart, het originele, het dromen, het rebelse, het speelse, het ongereguleerde, het vrije en wilde, et cetera.

Deze conversie en rationalisering van alles leidt ons naar een nogal distopische grijze wereld die veeleer is gericht is op efficiëntie, effectiviteit, productiviteit, logica, rationaliteit, et cetera. Het irrationele, de ziel in de wereld, wordt enigszins verbannen. Tegenwoordig zien we dit geïllustreerd in dat weinig mensen nog in contact staan met hun intuïtie, hun gevoel, of dat weinig mensen nog een bepaalde religie omarmen of hoe weinig geloof er nog rest in het bovennatuurlijke. Op een bepaald ogenblik komt wetenschap in zekere zin religie te vervangen, met andere woorden wordt wetenschap God. "God is dood", aldus Nietsche. 

God is dood, en zo ook vrijheid? Want is er nog sprake van vrijheid in een wereld waarin er gepoogd wordt alles te registreren, waarin alles een nummer of etiket krijgt? Is er nog sprake van vrijheid in een wereld waarin de mens van originaliteit, speelsheid, gevoel, intuïtie, spontaniteit, dromen, en dergelijke schatten, wordt afgesneden? Of wanneer de toegang tot deze wordt gereguleerd en beperkt? Het is alsof vrijheid altijd gepaard gaat met de aanwezigheid van het irrationele, want als de volledige realiteit wordt bepaald door het rationele: cijfers, modellen, statistieken en mathematische formules, valt nog maar moeilijk over vrijheid te spreken, maar eerder over een zwak afkooksel ervan. 

Maar waar gaan we nu heen met dit artikel? Goeie vraag, ik wist dat ik het zelf wist. Maar er schiet me nu wel iets te binnen. Hoe de mens meer en meer de eigen invloed verruimt doormiddel van de wetenschap lijkt wel een queeste. Een queeste waarin de mens op veroveringstocht is waarin de menselijke wil steeds meer en meer van het bestaan tot zich eigent, het kan op den duur een beetje worden gezien als een universele emancipatie. En misschien is dat zo slecht nog niet, universele emancipatie, misschien is dit een noodzakelijke stap in de evolutie van de mens? Wie zal het zeggen? 

Maar goed, terug naar de huidige stand van zaken. Ik denk dat we kunnen stellen dat de wetenschap de dominante kracht is geworden op religie, we kennen allemaal wel gezegden als "is het onderbouwt?", "wat zeggen de modellen?", "De cijfers zeggen", "de deskundigen zeggen...". We horen quasi niets meer over God, etc... wetenschap is tegenwoordig alomtegenwoordig. De onttroning van God en religie door wetenschap kan in feite makkelijk worden gezien als de onttroning van het irrationele door het rationele. Naast deze relatief makkelijk te onderscheiden symboliek denk ik dat we ook veel 'symptomen' kunnen zien waaruit we kunnen afleiden dat er nog maar weinig ziel is in de wereld, dat het irrationele flink is 'teruggedrongen'. Dit terwijl een wereld waarin ook ruimte is voor de ziel en het irrationele, hoewel wetenschappelijk niet volledig onderbouwt en mathematisch niet volledig berekend, een nogal wonderlijke en rijke wereld is.

Dus de hamvraag is misschien: hoe krijgen we de ziel terug in de wereld? Hoe kunnen we het irrationele restaureren? Hoe krijgen we wonder en magie terug de wereld in? Volgens mij vereist dit een andere techniek dan de wetenschappelijke methode. Eerst en vooral wil ik een pleidooi voeren voor het bewuster worden over de valkuilen van een te wetenschappelijke benadering tot het leven, ten tweede wil ik een pleidooi voeren deze wetenschappelijke benadering enigszins in te perken. Voor een volledige verbanning ervan, daarvoor voer ik niet meteen een pleidooi, want zoals ik al zei bewijst de wetenschappelijke methode zichzelf ook als een nuttig instrument.

Waar ik ten slotte ook nog graag een pleidooi voor had gevoerd is om de ziel en het irrationele ook te stimuleren te herleven. Maar ik kom nu tot het inzicht dat deze misschien niet per se gestimuleerd dienen te worden, maar dat deze eerder van nature uit terug komt te herleven wanneer we haar toestaan dat te doen. Met andere woorden ben ik geneigd te denken dat de ziel in de wereld, onze intuïtie, onze spontaniteit, ons gevoel, onze wilde natuur, ons hart, ook hun zegje komen te doen wanneer we hun louter toestaan dat te doen. 

Ik geloof dat net zoals de natuur dat doet; de ziel, het irrationele, van nature haar territorium terug komt in te palmen wanneer we haar toestaan dat te doen. Misschien is vanuit deze vergelijking de natuur de ziel, en is de ziel de natuur. Misschien hoeven we vanuit deze vergelijking en het bovenstaande denken de wereld niet per se te veranderen om duurzame verandering de wereld in te sturen, maar dienen we haar vooral toe te staan terug in de wereld te komen.