Ben ik immuun tegen Omicron als ik al besmet ben geraakt met de Deltavariant?

"Wie besmet raakte met de Deltavariant is daarom nog niet immuun tegen de Omicron”, zegt Frank Vandenbroucke, minister van Volksgezondheid. Klopt dit? Zullen mijn T cellen dan het coronavirus niet herkennen? Of zullen mijn antilichamen me niet beschermen? Of misschien word ik asymptomatisch besmet en dus niet ziek en staat dit dan gelijk met “na vaccinatie”?

Deel dit artikel

Ben ik immuun tegen Omicron als ik al besmet ben geraakt met de Deltavariant?

Antwoord door Geert Vanden Bossche:

Wanneer je besmet geraakt met een andere variant bestaat er aanvankelijk steeds een kans dat je ziek wordt. Echter, wanneer je in goede gezondheid verkeert, dan is de kans dat SARS-CoV-2 je zwaar ziek maakt verwaarloosbaar klein. Dit hebben we te danken aan onze aangeboren immuniteit die – vooral dan bij jonge mensen – als eerste defensielijn een grote opkuis houdt en grote hoeveelheden van het virus elimineert (stofzuiger!). Jonge mensen, maar zelfs alle gezonde mensen die in excellente gezondheid verkeren (b.v. geen overgewicht en regelmatig beweging/ sport), zullen vaak niet eens ziek worden of hoogstens wat vage, milde symptomen ontwikkelen. Wordt die eerste defensielijn doorbroken, dan snelt ons verworven immuunsysteem ter hulp waarbij onze T cellen ervoor zorgen dat de zieke, virus-geïnfecteerde cellen geëlimineerd worden. Dit laat ons toe om van ziekte te herstellen.

Maar telkens ons aangeboren immuunsysteem wordt blootgesteld en het virus elimineert (met of zonder hulp van het verworven immuunsysteem) leert het ook meteen om in de toekomst het virus beter te herkennen. Het blijft weliswaar alle SARS-CoV-2 varianten (en zelfs alle CoVs) herkennen maar doet dat nu met meer efficiëntie/affiniteit. Dit fenomeen noemt men ‘training’ van het aangeboren immuunsysteem. Het is een vorm van adaptieve immuniteit die veroorzaakt wordt door epigenetische veranderingen die een herprogrammatie van immuuncellen die aangeboren antistoffen afscheiden bewerkstelligt. Dit wil zeggen dat bij een volgende blootstelling aan het virus de kans steeds groter wordt dat die persoon een asymptomatische infectie zal ontwikkelen en eigenlijk helemaal niet meer ziek wordt, ook niet wanneer het virus een antigeen drift ondergaat (antigenic drift). Ondergaat het virus een antigeen shift (t.t.z., sterke verandering door meerdere mutaties zoals bij Omicron), dan zal de aangeboren immuniteit opnieuw even moeten trainen vooraleer een infectie met dergelijke variant te kunnen trotseren zonder dat die aanleiding geeft tot ziekte.

Een pandemie is natuurlijk een gelegenheid bij uitstek om het aangeboren immuunssyteem t.o.v. SARS-CoV-2 te trainen. Ze houdt echter ook in dat bij dominantie van een variant met antigenic shift (b.v. Omicron) er sowieso meer mensen kunnen ziek worden waardoor binnen korte tijd het virus onder druk komt te staan als gevolg van de geïnduceerde natuurlijke antilichamen, die echter niet in staat zijn om bij hoge infectiedruk het virus te bedwingen. Die infectiedruk naar beneden brengen is mogelijk via (éénmalige) antivirale chemoprofylaxe. Gewoon blijven doorvaccineren zal in tegendeel de immuundruk nog verhogen en ervoor zorgen dat de vicieuze cirkel van de pandemie onderhouden blijft.

Getrainde aangeboren immuniteit t.o.v. SARS-CoV-2 staat dus niet gelijk met COVID-19 vaccinatie maar is superieur omdat

Ze werkzaam is tegen alle varianten
Ze in tegenstelling tot vaccinale antistoffen een sterilizerend effect heeft 
Omwille van haar niet-variant-specifiek karakter niet leidt tot selectie van meer infectieuze of resistente varianten
 

Ze komt dus m.a.w. zowel de individuele als publieke gezondheid ten goede. Het is de enige manier om groepsimmuniteit te verwerven, (onafhankelijk van de circulerende SARS-CoV-2 variant) en op die manier de pandemie te doen overgaan in de endemische fase.