Ambulance spreekt uit de biecht

Ik ben ambulancechauffeuse, wat een prachtig vak! Ik ervaar samen met mijn collega verpleegkundige een vorm van vrijheid en ik geniet van het rijden in de seizoenen op de dag en in de nacht. Wij mogen zomaar overal in huizen en bedrijven binnen stappen, de deur staat altijd voor ons open. De afwisseling in patiënten: van jong tot oud, van rijk tot arm, we werken binnen en buiten en mensen waarderen onze hulp. Dat is de charme van mijn vak. En ja door rood rijden is leuk! We werken samen als een team, zo snel mogelijk de casus in beeld brengen. Soms is daar haast bij geboden, maar vaak blijven we rustig ter plaatste om alles op een rijtje te zetten. De kunst is om goede zorg te verlenen, wat heeft deze patiënt nodig? Vaak laten we mensen na onze beoordeling thuis, naar het ziekenhuis brengen is niet altijd nodig en zeker ook niet altijd de beste oplossing. Ik doe dit werk nu 7 jaar met heel veel plezier, ik vind dat ik goed geworden ben in mijn werk, ik ben geen dag ziek geweest tot afgelopen maand… Ik ben uitgevallen, omdat ik in een conflict zit met mezelf.

Deel dit artikel

Ambulance spreekt uit de biecht

Het begon allemaal in 2019 toen er aangekondigd werd dat we te maken hadden met een ernstig virus. Vanuit ambulancezorg NL kregen we instructies hoe te handelen met patiënten die verdacht werden van het hebben van het coronavirus. Binnen de ambulancedienst werken we met protocollen die zijn opgenomen in het LPA (Landelijk Protocol Ambulancezorg). Het huidige boekje is de druk uit 2016. Ik lees in hoofdstuk 2.6 bij infectiepreventie: “ten aanzien van nieuw ontdekte micro-organismen geldt een strikte isolatie totdat er meer bekend is. Dit geldt voor: SARS-CoV en Mers-CoV. Het gaat hierbij om coronavirussen, elk van een ander type die een ernstige pneumonie kunnen veroorzaken of aanleiding kunnen zijn tot een ARDS (levensbedreigende plotselinge ontstekingsreactie in de longen) beeld met koorts en toenemende benauwdheid”.

Coronavirussen waren dus al bekend… Ik moet zeggen, ik was alert. De instructies waren strikte isolatie, beschermende kleding en het dragen van een FFP2-masker. Echter er was tekort aan materiaal dus de samenwerking tussen mij en mijn collega werd verbroken. Ik moest buiten blijven staan en mijn collega ging alleen naar de patiënt, volledig in beschermende kleding. Ik heb heel wat uren buiten staan wachten of in de gang. Ik probeerde wel contact te houden met mijn verpleegkundige, als ze iets nodig hadden uit de ambulance legde ik dat op de mat of op de trap en familie bracht het naar mijn collega. Als we een patiënt toch hadden vervoerd moest ik het ziekenhuis alles klaar zetten om de ambulance schoon te maken, ik mocht niet helpen, maar zette een emmer met chloor en vuilniszakken klaar voor mijn collega. Die maakte alles schoon, daarna konden we ons weer vrij melden bij de meldkamer voor een volgende rit. Ik kreeg minder plezier in mijn werk…

Ik was dus wel alert, hield afstand van mijn moeder (die is in de 80), want ik zou het virus bij me kunnen dragen zonder dat ik het wist en over kunnen dragen. Zo gingen de eerste weken voorbij, maar ik zag in mijn werk geen mensen direct overlijden, zoals in het nieuws verspreid werd. Ik heb zeker zieke mensen gezien, maar elk jaar in de winterperiode zie ik benauwde mensen met longontstekingen. In mijn ogen was het wel een nieuw virus die mensen goed ziek kon maken, maar ik herkende niet de grote paniek die er in de media geschetst werd. Met moederdag gaf ik mijn moeder weer een knuffel!

In ons vak gebeurde zelfs het omgekeerde, we kregen het rustig. Veel van ons werk viel weg. Minder vervoer tussen ziekenhuizen, huisartsen draaide geen spreekuur en dus minder vervoer vanaf huisartsen, mensen werden angstig, dachten dat we het heel druk hadden en belde ons niet (klachten gingen vanzelf over) en we hadden geen verkeersongevallen, omdat we in een lockdown zaten. Wel deden we meer coronaverdachte ritten, omdat de huisarts ook geen beschermende kleding had. Maar veel van dat soort ritten waren ook angst- paniekstoornissen waarbij mensen verkeerd gaan ademhalen en er zonder goede instructie niet meer uitkomen. Dat was al een groot deel van ons werk en werd alleen maar meer. De angst in de maatschappij werd groter en groter.

Ik ging zelf ook onderzoek doen, in mijn opinie hangt een virus in de lucht en wordt het niet overgebracht via voorwerpen of kleding. Ik zag de in mijn ogen steeds meer onzinnige regels ontstaan: van de afstand houden, het overdreven schoon maken van de ambulance, het vele desinfecteren van je handen, de mondkapjes, de maanpakken en plastic schermen (kon daar het virus niet overheen of langs?). Mijn alertheid werd minder, ik ging mijn collega helpen met schoonmaken en liep met alleen een FFP2 masker op mee met mijn collega naar een verdachte coronapatiënt. Mijn werkplezier kwam weer wat terug.

In de tussentijd was ik bezig met een opleiding tot orthomoleculair therapeut. Wat heeft ons lichaam nou echt nodig om gezond te blijven? Ik kreeg steeds meer kennis over het immuunsysteem en wat voeding, ontspanning en beweging voor onze gezondheid kon beteken. Mijn bril werd gekleurd door o.a. informatie over wat vitamine D voor ons kan betekenen. En ik was verbaasd dat we daar helemaal geen advies in kregen van de overheid. In mijn ogen konden we zelf heel veel doen om ons eigen immuunsysteem te versterken en om fitter en gezonder te worden, maar de maatregelen die we opgelegd kregen waren precies het tegenovergestelde…

Ineens was mijn smaak weg en was ik licht verkouden, nou voor mij was het duidelijk. Verder was ik niet ziek. Twee weken later heb ik een bloedtest gedaan en bleek ik antistoffen te hebben. Ik deed een voorstel bij mijn werkgever, kunnen we ons personeel tips en trucs geven om gezonder te blijven, eventueel supplementen aan te bieden als vitamine D, zink en selenium? De mondkapjes mochten in de cabine weer even af, maar ik zag de bui al hangen in het najaar wat er weer aankwam. Daar ging mijn werkgever niet op in, daar was geen bewijs voor volgens haar ondanks de studies die ik liet zien.

Na de vaccinatie in januari kregen we als team de opdracht bij aanvang van de dienst uit te maken wie wel en niet gevaccineerd was, was één van beide niet gevaccineerd moesten we allebei een mondkapje op. Ik had er last van met rijden, pijn achter mijn oren, ik kon niet vrij ademhalen, mijn zonnebril besloeg en ik had antistoffen en ik geloofde niet meer in de werking van het kapje. Van Dissel had dat al meerdere malen gezegd en toch werden we verplicht hem te dragen… Ik ben een keer opgebeld door mijn leidinggevende, ze had mij en mijn collega zien rijden zonder mondkapje en dat was tegen de regels, ze moest er een melding van maken in mijn dossier zei ze en als het opnieuw voor zou komen zouden er verdere maatregelen genomen worden…

Maar het werd voorjaar, alles kwam weer een beetje tot rust en ik kon weer genieten van mijn werk. Ik probeerde wat tussen de regels door te lopen, bij binnenkomst bij patiënten vroegen we of er klachten waren, zo niet droegen we geen mondkapje. Althans ik niet en veel van mijn collega’s ook niet meer. Het dragen was echter binnen bij de patiënt nog steeds de regel. Ik kreeg dan ook steeds meer een hekel aan het mondkapje. Ook zag ik dat sommige collega verpleegkundigen bij patiënten aandrongen een kapje op te zetten als wij binnen kwamen en zelf als ze het benauwd hadden moest het kapje op, desnoods over een neusbrilletje met zuurstof heen. Ik zat eens naast een oude dame die zei: “mag het mondkapje af, ik vind ze zo verschrikkelijk”. En ik dacht, ik ook! Gekker nog ik zag dat wij ‘de zorg’ deze angst voor het virus in stand hielden met het verplicht dragen van het mondkapje. Overal zie ik mensen, ook artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis plukken en trekken aan het mondkapje of onder hun neus dragen. Ik dacht als God bedacht had dat we een mondkapje nodig gehad hadden op aarde hadden we er wel een met onze geboorte meegekregen, maar wij hebben ons immuunsysteem!

We zijn het vertrouwen in ons lichaam verloren, het machtige proces van zelfherstel na een wondje. We zoeken veiligheid van buiten met een vaccinatie en een mondkapje, maar in mijn ogen is het schijnveiligheid. Wij moeten zelf aan de slag, goed voor onszelf zorgen met voldoende ontspanning, beweging en voeding zoals de natuur het ons aanbied i.p.v. fabrieksvoedsel.

Een paar weken terug werd ik weer verplicht een mondkapje te dragen in de cabine van de ambulance, omdat we geen afstand kunnen houden. Collega’s zeiden dat is de regel. En daar ging het mis, ik knapte… Ik kan het even niet meer. Ik word letterlijk monddood gemaakt, ik mag niet meedenken en ik moet doen wat er gevraagd wordt. Ik ben niet tegen regels, ik houd me keurig aan regels waar nodig, maar in mijn hoofd moeten regels ergens toe dienen. Het mondkapje dient in mijn ogen nergens voor het is alleen een middel om ons te laten zwijgen. In een nachtdienst zit of lig in naast mijn collega, op de post zitten we naast elkaar en eten met elkaar zonder mondkapje. Waarom denken we zelf niet meer na, waar is de ‘common sense’ gebleven?

Ik zie in mijn werk veel gebeuren, maar ook wat alle maatregelen voor effect hebben. Veel angst- paniekstoornissen, ouderen die alleen zijn en het huis niet uit durven, jongeren die al zorg nodig hebben ontsporen, mensen die in paniek waren omdat ze geen vaccinatie wilde en onder de druk die ze voelden toch namen, mensen die het niet meer zien zitten die zelfmoord plegen, ik heb het allemaal voorbij zien komen…

Ik zou nog zo veel meer willen vertellen hoe ik zie dat de (thuis) zorg het moeilijk heeft, mensen die geen zorg krijgen die ze nodig hebben en wachten op behandelingen, hoe het er aan toe gaat in verzorgingstehuizen, de onzinnigheid van huisartsen die van alles insturen, ritten waar we naar toe gestuurd worden omdat er geen zelfredzaamheid meer is.

We zouden ‘aan de voorkant’ in preventie zo veel meer kunnen doen, maar dat mogen we niet en doen we dus niet…
Zoals gezegd, ik zit met mezelf in een conflict, ik hou ontzettend veel van mijn werk, maar de omstandigheden waarin ik verplicht word te acteren die trek ik niet meer. Van binnen huil ik, ik wil graag werken, zorg verlenen, maar ik trek de onzinnige opgelegde maatregelen niet meer. Ik moet bij mezelf te rade, kan ik dit werk nog blijven uitoefenen? De mondkapjes gaan niet verdwijnen voor medio april en zoals het er nu uitziet komen we er nooit meer vanaf, want de vaccinatie werkt niet en virussen blijven zich ontwikkelen, die kun je niet plat slaan.

Ik weet het even niet meer… De ambulancechauffeuse die overzicht heeft, haar mannetje staat in soms bijzondere en bizarre situaties, mensen gerust stelt, goede zorg verleend en TLC (Tender, Love and Care) geeft, die heeft zelf wat TLC nodig… Ik heb het vele malen gezegd tegen patiënten, ga eerst voor jezelf zorgen, pas dan kan je weer voor een ander zorgen! Met pijn in mijn hart laat ik even los, het is niet makkelijk, maar de wijze raad van mezelf neem ik even zelf ter harte.

‘Petra’ ambulance chauffeuse